Begrippen
- Agentschap Telecom
Het Agentschap Telecom is in Nederland verantwoordelijk voor het frequentiebeheer, verleent zendmachtigingen en draagt zorg voor de handhaving van regels en procedures.
- Alarmontvanger
Wordt toegepast door met name brandweerkorpsen om via het eigen netwerk de brandweerlieden te alarmeren. Wordt ook wel pieper genoemd.
- ATEX
ATmosphere EXplosieve. Europese wetgeving met betrekking tot explosieveilige apparatuur. ATEX vervangt de oude Cenelec voorschriften. De keuringsinstantie BASEEFA heeft in opdracht van Motorola, de apparatuur gekeurd op technische specificaties.
- ATIS
Automatic Transmitter Identification System: 5-tooncode systeem voor marifoons en portofoons gebruikt in de binnenvaart. Elk binnenvaartschip, maar ook de pleziervaartboten, hebben een verplichte unieke uit twee tonen gedigitaliseerde code, die automatisch wordt verzonden aan het eind van een oproep. Bij de ontvanger leest men dan de roepnaam van het vaartuig uit. De ATIS codes en roepnamen zijn geregistreerd bij het Agentschap Telecom in Groningen. Toepassing; het automatisch melden aan verkeersbegeleidingssystemen en bij bruggen, sluizen en jachthavens.
- Basispost
Vastopgestelde zend/ontvanger. Is vaak een mobilofoon welke door toevoeging van specifieke accessoires geschikt is om als 'basis' dienst te doen. Wordt vaak uitgebreid met een separate bediening.
- Bediening
Eenheid om via - onder andere - een telefoonlijn, een vast opgestelde zender/ontvanger aan te sturen. Wordt vaak toegepast wanneer de afstand tussen de zend/ontvanger en de antenneopstelling zodanig is, dat het vermogensverlies in de antennekabel te groot wordt.
- BIPT
Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie. Het BIPT is in België verantwoordelijk voor het beheer van het radiofrequentiespectrum, verleent zendvergunningen en draagt zorg voor de handhaving van regels en procedures.
- C2000 en ASTRID
C2000 in Nederland en ASTRID in België zijn digitale radionetwerken voor mobiele communicatie ten behoeve van de hulpverleningsdiensten. C2000 en ASTRID zijn vooral bestemd voor de regionale en gemeentelijke brandweer, ambulancediensten, politie (waaronder ook het Korps Landelijke Politie Diensten) en de Koninklijke Marechaussee. Ook kunnen diensten als de douane, de kustwacht en boswachters van C2000 en ASTRID gebruik maken. De handsets en vaste posten kunnen gebruikt worden als portofoon, mobilofoon, mobiele dataterminal en alarmontvanger. C2000 en ASTRID zijn gebaseerd op TETRA. Flash biedt de mogelijkheid om de binnenhuisdekking van C2000 en ASTRID portofoons te verbeteren.
- Cell enhancer
Actief antenne systeem om het radiobereik uit te breiden en te optimaliseren. Wordt gebruikt in combinatie met speciale antennes, zoals plafond antennes, stralende coaxiale kabel e.d. Cell enhancers zijn beschikbaar in gekanaliseerde en breedband types voor de VHF en UHF banden. Worden toegepast in bijvoorbeeld tunnels, parkeergarages en voor 'in-house' dekking.
- Conventioneel
Communicatie techniek waarbij de randapparatuur rechtstreeks met elkaar communiceert, zonder tussenkomst van een schakelend systeem. Werkt doorgaans op één frequentiekanaal. Bij meerdere frequentiekanalen moet er handmatig simultaan omgeschakeld worden.
- Diversity
Diversity wordt toegepast in netwerken die zijn opgebouwd uit meerdere zend/ontvangers. Indien door meer dan één ontvanger hetzelfde signaal wordt ontvangen dan zal het diversity-systeem de onderlinge waarden vergelijken en alleen het sterkste signaal doorgeven. Hierdoor worden bijvoorbeeld echo's door tijdsverschil voorkomen. Vaak wordt hieraan automatische zenderkeuze gekoppeld, zodat het terug te zenden signaal over dezelfde zend/ontvanger uitgaat, waarover het sterkste ontvangstsignaal binnenkwam.
- DMO
Direct Mode Operation. Rechtsstreek contact van randapparaten buiten een netwerk of systeem om.
- Duplex
Communicatiemethode waarbij een kanaal bestaat uit twee frequenties; één voor zenden en één voor ontvangen. Anders dan bij de semi-duplex methode, kan er tegelijkertijd gezonden en ontvangen worden, zoals bij (mobiele) telefonie.
- Interface
In het Nederlands: koppelvlak. Nodig voor het koppelen van verschillende apparaten, protocollen, signaleringsmethodieken e.d. indien een samenwerking gewenst is. Een telefooninterface koppelt bijvoorbeeld een radiocommunicatie systeem aan een bedrijfstelefooncentrale om personeel efficiënt te laten samenwerken.
- Man-down functie
Wordt toegepast in gevaarlijke werkomgevingen, bijvoorbeeld chemische fabrieken. De man-down functie zal automatisch een alarmsignaal uitzenden naar een centrale post, zodra de portofoon een bepaalde tijd lager dan een hoek van 45 graden wordt gehouden.
- Midband
Populaire benaming voor de lage VHF frequentieband, die tussen de 68 en 88 MHz ligt. In Nederland zijn de penitentiaire inrichtingen de enige gebruikers van deze band. In België wordt Midband steeds minder gebruikt; enkele huisvuilophaaldiensten werken er nog mee.
- Mobilofoon
Zender/ontvanger bedoeld voor montage en gebruik in voer- en vaartuigen.
- MPT1327
Internationaal trunkingprotocol voor analoge PMR communicatie. Voor het eerst operationeel in 1986 in Londen. MPT1327 is een 'open' standaard voor private systemen en landelijk dekkende netwerken en is geadopteerd door meerdere fabrikanten en leveranciers. Functioneel is het gebaseerd op zowel individuele als groepscommunicatie. Bekende toepassing in Nederland en in België is het Entropia netwerk.
- No-move functie
Wordt toegepast in gevaarlijke werkomgevingen, bijvoorbeeld chemische fabrieken. De No-move functie zal automatisch een alarmsignaal uitzenden naar een centrale post, indien de portofoon een bepaalde tijd niet heeft bewogen.
- PL, Private Line of onderbandtoon
Private Line is een gedeponeerde handelsnaam van Motorola voor een toonslot techniek, waarbij tijdens het zenden een code (frequentie) wordt meegestuurd die een blokkering opheft, waardoor het gezonden signaal te horen is door de ontvanger. Alleen die zend/ontvangers die op dezelfde PL code zijn afgeregeld kunnen met elkaar communiceren. Andere gebruikers zijn niet te horen. Deze techniek wordt ook wel onderbandtoon, pilot-tone, sub-audiotoon, tone-quelch en ctcss genoemd. Voor een optimaal resultaat biedt Flash een service om een unieke PL-code in uw apparatuur te programmeren.
- PMR
Private Mobile Radio of gesloten net. Een netwerk configuratie op maat voor één of meerdere groepen gebruikers binnen een organisatie. Kan variëren van twee tot honderden deelnemers, middels conventionele of trunking technieken.
- Portofoon
Handzame, draagbare zender/ontvanger, ook wel genoemd mobiele radio, draagbare radio of walkietalkie. Minimaal uitgevoerd met een antenne en een oplaadbare batterij. Toepassing; daar waar direct contact in groepsverband een vereiste is.
- Repeater
Een volgens de duplex methode werkende zend/ontvanger, die als taak heeft het communicatiebereik van de randapparatuur onderling te vergroten. De signalen die ontvangen worden, worden automatisch weer uitgezonden. De zendfrequentie van de repeater is daarom gelijk aan de ontvangstfrequentie van de randapparatuur en de zendfrequentie van de randapparatuur is gelijk aan de ontvangstfrequentie van de repeater. Door toevoeging van een bediening doet de repeater ook dienst als basispost.
- Select-5
Gedeponeerde handelsnaam van Motorola voor een toonslot techniek, waarbij de gebruikers in een gesloten net selectief oproepbaar zijn, individueel of als groep door middel van het uitzenden van unieke 5-tooncodes. Bevordert ook de rust op het netwerk.
- Semi-duplex
Communicatie methode waarbij een kanaal bestaat uit twee frequenties; één voor zenden en één voor ontvangen. Wordt toegepast in netwerken waar gebruik wordt gemaakt van een repeater en combineert de kenmerken van simplex- en duplex methode.
- Simplex
Communicatiemethode waarbij gebruik wordt gemaakt van één frequentiekanaal. Tegelijkertijd zenden en ontvangen is niet mogelijk.
- SmartNet
Is een trunkingsysteem en dito protocol van Motorola. Een SmartNet trunkingsysteem met de maximale configuratie van één controlekanaal en zeven communicatiekanalen biedt genoeg capaciteit voor zo'n 1000 gebruikers. De functionaliteiten van SmartNet zijn gebaseerd op groepscommunicatie.
- StartSite
Is vergelijkbaar met SmartNet, echter met kleine protocolverschillen en een maximale configuratie van één controlekanaal en vier communicatiekanalen met capaciteit voor ca. 300 gebruikers.
- Telefoonkoppeling
Koppelings/interface module, ontwikkeld om een radiosysteem of netwerk aan een (bedrijfs)telefooncentrale te koppelen. De portofoon kan hierdoor een interne telefoon direct 'opbellen' en vice versa. Het gesprek wordt wel simplex gevoerd. Het is ook mogelijk om op deze manier via de telefooncentrale contact te hebben met externe telefoons.
- TETRA
TErrestrial Trunking RAdio. Digitale trunking technologie, waarbij één frequentiekanaal, vier verkeerskanalen bevat door toepassing van tijdsloten (TDMA = Time Division Multiple Acces).
- TGN
Een Tijdelijk Gesloten Net wordt gebruikt wanner men een korte periode met radiocommunicatie apparatuur werkt. Zowel in de VHF- als de UHF band zijn hier frequentiekanalen voor gereserveerd. TGN wordt toegepast voor bijvoorbeeld onderhoudstops bij productiebedrijven, evenementen e.d.
- Trunking
Techniek waarbij de verschillende frequentiekanalen dynamisch toegewezen worden, hetgeen in een hogere efficiency van de beschikbare verkeerscapaciteit resulteert.
- UHF
Ultra High Frequency. Gedeelte van het frequentie spectrum, dat door Agentschap Telecom en BIPT, die het frequentiebeheer uitvoeren, is vastgesteld tussen de 380 en 470 Mhz voor professionele mobiele communicatie van diverse gebruikersgroepen. Door de specifieke kenmerken zijn deze hoge frequenties uitermate geschikt om gebruikt te worden op locaties waar veel bebouwing aanwezig is. Bijvoorbeeld bij industriële bedrijven en distriparken.
- VHF
Very High Frequency. Gedeelte van het frequentie spectrum, dat door Agentschap Telecom en BIPT, die het frequentiebeheer uitvoeren, is vastgesteld tussen de 146 en 175 Mhz voor professionele mobiele communicatie van diverse gebruikersgroepen. Door de specifieke kenmerken zijn deze frequenties geschikt voor die toepassingen waarbij in de openlucht of met weinig bebouwing in de buurt gecommuniceerd wordt. Bijvoorbeeld bij evenementen of bouwbedrijven.
